Al-Qalam
Vertaling: Leemhuis
N[oen]. Bij de pen en wat zij neerschrijven. 68:1
Jij bent door Gods genade geen bezetene. 68:2
Er is voor jou een ononderbroken loon 68:3
en jij bent hoogstaand van karakter. 68:4
Jij zult inzien en zij zullen inzien 68:5
wie van jullie de verdwaasde is. 68:6
Jouw Heer kent wie van Zijn weg afdwaalt het best en Hij kent hen die het goede pad volgen het best. 68:7
Geef aan de loochenaars geen gehoor. 68:8
Zij zouden graag willen dat jij toegeeflijk was dan zouden zij ook toegeeflijk zijn. 68:9
Geef aan geen enkele verachtelijke edenzweerder gehoor, 68:10
een met roddel rondlopende lasteraar, 68:11
een zondige overtreder die het goede belet, 68:12
een bruut en bovendien een indringer, 68:13
ook al heeft hij bezit en zonen. 68:14
Wanneer hem Onze tekenen worden voorgelezen, zegt hij: "Fabels van hen die er eertijds waren." 68:15
Wij zullen hem brandmerken op zijn snoet. 68:16
Wij hebben hen op de proef gesteld zoals Wij de bezitters van de tuin op de proef gesteld hebben toen zij zwoeren: "In de morgen zullen wij hem afoogsten!" 68:17
zonder een voorbehoud te maken. 68:18
Toen ging er een nachtelijke bezoeking van jouw Heer rond, terwijl zij sliepen, 68:19
en 's morgens was hij als afgeoogst. 68:20
Toen riepen zij 's morgens tegen elkaar: 68:21
"Gaat vroeg naar jullie akker als jullie willen afoogsten." 68:22
En zij gingen op weg terwijl zij onder elkaar fluisterden: 68:23
"Vandaag zal er geen behoeftige bij jullie binnenkomen." 68:24
En zij waren vroeg weggegaan met de bedoeling daartoe in staat te zijn. 68:25
Maar toen zij het zagen zeiden zij: "Wij zijn verdwaald. 68:26
Nee, wij zijn beroofd!" 68:27
De evenwichtigste onder hen zei: "Had ik het jullie niet gezegd? Als jullie [God] maar zouden prijzen." 68:28
Zij zeiden: "Onze Heer zij geprezen, wij waren onrechtplegers." 68:29
Toen gingen zij elkaar verwijten maken. 68:30
Zij zeiden: "Wee ons, wij waren onbeschaamd. 68:31
Misschien dat onze Heer ons iets beters ervoor in de plaats zal geven. Wij verlangen naar onze Heer." 68:32
Zo was de bestraffing, maar de bestraffing in het hiernamaals is nog erger. Als zij het maar wisten! 68:33
Maar de godvrezenden hebben bij hun Heer de tuinen van de gelukzaligheid. 68:34
Zullen Wij dan hen die zich [aan God] hebben overgegeven als de boosdoeners behandelen? 68:35
Wat is er met jullie? Hoe kunnen jullie oordelen? 68:36
Of hebben jullie een boek, waarin jullie kunnen studeren? 68:37
Daarin is zeker wat jullie verkiezen. 68:38
Of zijn Wij door eden die tot de opstandingsdag reiken aan jullie verplicht dat jullie zullen hebben wat jullie beslissen? 68:39
Vraag hun wie van hen dat beweert. 68:40
Of hebben zij [zogenaamd goddelijke] metgezellen? Dan moeten zij maar met hun [zogenaamd goddelijke] metgezellen komen, als zij gelijk hebben. 68:41
Op de dag dat hun de benen ontbloot worden en zij opgeroepen worden zich eerbiedig neer te buigen, maar het dan niet kunnen, 68:42
terwijl zij met hun deemoedige blikken met vernedering overdekt worden. Toch waren zij opgeroepen zich eerbiedig neer te buigen toen zij nog in veiligheid waren. 68:43
Laat Mij dan maar met hen die dit bericht loochenen; Wij zullen hen gaandeweg tot vernietiging brengen zonder dat zij het weten. 68:44
En Ik zal hun uitstel geven. Mijn list staat vast. 68:45
Of vraag jij hun loon, zodat zij met betalingsverplichtingen belast zijn? 68:46
Of is het verborgene bij hen zodat zij het kunnen opschrijven? 68:47
Volhard dus geduldig tot aan het oordeel van jouw Heer. En wees niet als hij die in de vis was toen hij vol ingehouden woede tot zijn Heer riep. 68:48
Als hem geen genade van zijn Heer bereikt had was hij, verafschuwd als hij was, op een onbegroeide plaats uitgeworpen. 68:49
Maar zijn Heer verhoorde hem en maakte hem tot een van de rechtschapenen. 68:50
Zij die ongelovig zijn laten jou met hun blikken bijna uitglijden, wanneer zij de vermaning horen en zij zeggen: "Hij is bezeten." 68:51
Toch is het niets anders dan een vermaning voor de wereldbewoners. 68:52