Abasa
Vertaling: Leemhuis
Hij fronste en keerde zich af 80:1
toen de blinde man bij hem kwam. 80:2
Maar hoe kun jij het weten, misschien dat hij zich loutert 80:3
of zich Iaat vermanen, zodat de vermaning hem baat. 80:4
Maar de zelfgenoegzame rijke 80:5
aan hem wijd je alle tijd. 80:6
Toch deert het jou niet dat hij zich niet loutert. 80:7
Maar wie op jou toe komt snellen 80:8
en daarbij vol vrees is, 80:9
aan hem schenk jij geen aandacht. 80:10
Nee toch, zij zijn een vermaning! 80:11
Dus, wie wil denkt eraan, 80:12
[geschreven als zij zijn] op vereerde bladen, 80:13
die verheven zijn en reingemaakt, 80:14
met de hand van schrijvers, 80:15
die edel zijnen vroom. 80:16
De mens kan doodvallen, ondankbaar als hij is. 80:17
Waaruit heeft Hij hem geschapen? 80:18
Uit een druppel heeft Hij hem geschapen en toen heeft Hij zijn maat bepaald. 80:19
Dan heeft Hij de weg voor hem gebaand. 80:20
Dan laat Hij hem sterven en begraaft hem. 80:21
Dan, wanneer Hij wil, wekt Hij hem op. 80:22
Welnee, hij heeft nog niets uitgevoerd van wat Hij geboden heeft. 80:23
De mens moet maar eens zijn voedsel bekijken. 80:24
Dat Wij het water in gutsen uitgieten, 80:25
dan de aarde in voren openbreken 80:26
en dan erin laten ontspruiten: graan, 80:27
wijnstokken en voedergewassen, 80:28
olijfbomen en palmen, 80:29
in dichtbegroeide boomgaarden, 80:30
vruchten en foerage, 80:31
als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee. 80:32
En wanneer dan de overdonderende komt 80:33
op de dag dat de man voor zijn broer vlucht 80:34
en voor zijn vader en zijn moeder 80:35
en voor zijn metgezellin en zijn zonen, 80:36
op die dag heeft elk van hen een zaak die hem bezighoudt. 80:37
Gezichten zullen er op die dag stralend zijn, 80:38
lachend en verheugd. 80:39
En gezichten zullen er op die dag zijn met stof erop 80:40
en met grauwheid overdekt. 80:41
Dat zijn zij, de ongelovigen, de overtreders. 80:42