Adh-Dhariyat
Vertaling: Leemhuis
Bij de heftig opjagenden, 51:1
bij de last dragenden, 51:2
bij de gemakkelijk voortsnellenden 51:3
en bij de bevel verdelenden! 51:4
Wat jullie is aangezegd is zeker waar 51:5
en het oordeel is zeker aanstaande. 51:6
Bij de hemel met zijn banen! 51:7
Jullie zijn het in wat jullie zeggen oneens. 51:8
Wie zich laat afleiden wordt van hem afgeleid. 51:9
Doodvallen kunnen zij die slechts gissen, 51:10
die in een waan blijven. 51:11
Zij vragen wanneer de oordeelsdag zal zijn. 51:12
Op de dag dat zij aan de beproeving van het vuur worden blootgesteld. 51:13
"Proeft jullie beproeving, dit is het wat jullie wilden verhaasten." 51:14
Maar de godvrezenden zullen in tuinen en bij bronnen zijn. 51:15
Zij nemen wat hun Heer hun geeft; zij waren immers voordien mensen die goed deden. 51:16
's Nachts sliepen zij slechts weinig 51:17
en in de morgenschemering vroegen zij om vergeving 51:18
en een rechtmatig aandeel in hun bezittingen was voor de bedelaar en de onbemiddelde. 51:19
Op de aarde zijn er tekenen voor hen die vast overtuigd zijn, 51:20
en in jullie zelf. Hebben jullie dan geen inzicht? 51:21
En in de hemel is jullie levensonderhoud en wat jullie wordt toegezegd. 51:22
Bij de Heer van de hemel en de aarde, het is zo waar als dat jullie kunnen spreken. 51:23
Is het verhaal van de geëerde gasten van Ibrahiem tot jullie gekomen? 51:24
Toen zij bij hem binnengingen en "Vrede" zeiden, zei hij: "Vrede, onbekende mensen." 51:25
Hij wendde zich toen heimelijk tot zijn huisgenoten en bracht een gemest kalf. 51:26
Dat zette hij hun toen voor. Hij zei: "Willen jullie niet eten?" 51:27
Toen werd hij door vrees voor hen bevangen. Zij zeiden: "Wees niet bang" en verkondigden hem het goede nieuws van een verstandige jongen. 51:28
Toen kwam zijn vrouw er schreeuwend aan. Zij sloeg zich in het gezicht en zei: "Een onvruchtbare oude vrouw!" 51:29
Zij zeiden: "Zo heeft jouw Heer het gezegd. Hij is de wijze, de wetende." * 51:30
Hij zei: "Waar komen jullie voor, o gezondenen?" 51:31
Zij zeiden: "Wij zijn gezonden naar misdadige mensen 51:32
om op hen stenen van klei neer te zenden, 51:33
die bij jouw Heer gemerkt zijn voor de onmatigen." 51:34
En Wij lieten hen die daar tot de gelovigen behoorden eruit gaan, 51:35
maar Wij vonden er slechts één huis van hen die zich [aan God] overgaven. 51:36
En Wij lieten daarin een teken achter voor hen die de pijnlijke bestraffing vrezen. 51:37
Ook in [het verhaal van] Moesa, toen Wij hem met een duidelijke machtiging naar Fir'aun zonden. 51:38
Die keerde zich toen met zijn garde af en zei: "Een tovenaar of een bezetene." 51:39
En Wij grepen hem en zijn troepen en wierpen hen in de zee; laakbaar was hij. 51:40
Ook in [het verhaal van] de 'Aad, toen Wij de barre wind tegen hen zonden, 51:41
die waar hij overheen ging niets overliet, maar het als gruis maakte. 51:42
Ook in [het verhaal van] de Thamoed, toen Wij tot hen zeiden: "Jullie kunnen nog een tijd genieten." 51:43
Maar zij minachtten het bevel van hun Heer en toen greep de donderslag hen, terwijl zij keken. 51:44
Toen konden zij niet meer opstaan en konden niet meer geholpen worden. 51:45
Ook het volk van Noeh, vroeger al; dat waren verdorven mensen. 51:46
De hemel hebben Wij duurzaam gebouwd; Wij hebben het vermogen. 51:47
En de aarde hebben Wij uitgespreid; een voortreffelijke plaatsbereider zijn Wij. 51:48
En alles hebben Wij paarsgewijs geschapen; misschien zullen jullie je laten vermanen. 51:49
Vlucht dan tot God; ik ben voor jullie een duidelijke waarschuwer van Zijn kant. 51:50
En stelt naast God geen andere god; ik ben voor jullie een duidelijke waarschuwer van Zijn kant. 51:51
Zo is er ook tot hen die er voor hun tijd waren geen gezant gekomen zonder dat zij zeiden: "Een tovenaar of een bezetene." 51:52
Hebben zij het soms aan elkaar opgedragen? Welnee, zij zijn onbeschaamde mensen. 51:53
Keer je dus van hen af; jou treft dan geen blaam. 51:54
En vermaan, want de vermaning is nuttig voor de gelovigen. 51:55
Ik heb de mensen en de djinn slechts geschapen om Mij te dienen. 51:56
Ik wens door hen niet van levensonderhoud te worden voorzien en Ik wens niet dat zij mij voeden. 51:57
God is de voorziener die sterke kracht heeft. 51:58
Maar voor hen die onrecht plegen is er een portie die even groot is als de portie van hun metgezellen. Zij moeten Mij dan maar niet vragen het te verhaasten. 51:59
En wee hen die ongelovig zijn wegens hun dag die hun is aangezegd. 51:60